Toch een hart voor basisonderwijs?

20190214 Hart voor onderwijs
Het was op de valreep. Op 24 april werd toch nog een kamerbrede resolutie gestemd die alle partijen dwingt om volgende legislatuur echt te investeren in een plan basisonderwijs. Ook stemde het Vlaams parlement eindelijk voor gelijke werkingsmiddelen voor het kleuter- en lager onderwijs. Actie voeren loont. Maar de strijd is nog niet gestreden.
In maart 2017 overhandigde het COV zijn plan basisonderwijs aan minister Crevits onder de titel “Basisonderwijs in de lift”. Samen met de sociale partners werd tijdens de volgende jaren het plan verfijnd. Uiteindelijk werd het een investeringsplan van 1,8 miljard euro dat op Valentijnsdag aan de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement werd voorgelegd. Voor de sociale partners was het duidelijk: de tijd van debatteren was voorbij. Er werd engagement gevraagd. Zodat eender welke volgende Vlaamse regering niet anders zal kunnen dan investeren in basisonderwijs. De staking van 20 maart zette nog meer druk op de ketel.
Meer werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs
In de gestemde resolutie staat dat vanaf 1 september 2019 er een einde moet komen aan de historische onderfinanciering van het kleuteronderwijs. Meteen werd dit omgezet in een decretale bepaling die de Vlaamse regering zo vlug mogelijk moet uitvoeren. Op dit moment krijgt een school één derde minder werkingsmiddelen voor een kleuter omdat men er vroeger van uitging dat kleuters maar twee derde van de tijd naar school gaan en vaak thuisblijven. Dit valt niet meer te verdedigen: 97% van de 3- tot 5-jarigen is meer dan voldoende aanwezig. De gelijkschakeling van de werkingsmiddelen is dus een logische maatregel. Het is een stap in de goede richting van een sterkere financiering voor het basisonderwijs. 
Maar er moet nog meer gebeuren. In 2015 moesten onze scholen inleveren, een vermindering van 2,24% op de werkingsmiddelen. Een forse hap uit het budget. Deze besparing moet worden hersteld. En we blijven onze vraag herhalen om ten laatste tegen 2022 de volgende studie te laten uitvoeren: “Wat heeft een basisschool nodig, als je voor alle kinderen gratis en kwaliteitsvol onderwijs wil realiseren in de eigen buurt, en als je rekening houdt met de vrijheid van onderwijs en de grondwettelijke vrije keuze?” 
Kamerbrede resolutie onderwijs
Wat werd nog gestemd op 24 april? Een resolutie waarin een zeer concrete opdracht staat voor de volgende Vlaamse regering: versterking in de klas via zorgondersteuning en meer kinderverzorgers én meer administratieve, pedagogische en beleidsondersteuning voor de schoolleider.
Voor heel het onderwijs werden nog bijkomende afspraken gemaakt:
  • erop toezien dat onderwijsmiddelen (zowel personeel als financieel) in alle onderwijsniveaus doelmatig worden ingezet in de school en de klas zodat ze maximaal ten goede komen aan het ontwikkelings- en leerproces van de leerlingen en het pedagogisch comfort van de leerkrachten om hun werkdruk te laten dalen; 
  • extra gekleurde middelen voorzien om niet-Nederlandstalige kinderen Nederlands te leren en te integreren, zoals taalbaden, digitale taalondersteuning, taalmethodieken enzovoort; 
  • het decreet van 21 maart 2014 ‘betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ (M-decreet) zowel inzake regelgeving als inzake uitvoering op alle onderwijsniveaus evalueren en bijsturen zodat alle leerlingen, zowel in het gewoon als het buitengewoon onderwijs de gepaste ondersteuning krijgen waarbij de grootste leerkansen worden gegarandeerd; 
  • de administratieve lasten voor onderwijspersoneel verder verlagen door aan leerkrachten en directies duidelijk te maken welke documenten opgelegd zijn door de overheid; daarnaast alle onderwijspartners wijzen op hun verantwoordelijkheid inzake planlast, informatie die reeds ergens beschikbaar is niet opnieuw opvragen en maximaal inzetten op het delen van informatie en het verminderen van administratie.
Wat betekent dit concreet?
Het basisonderwijs kreunt al zo lang: het wordt steeds moeilijker om met de huidige omkadering en werkingsmiddelen de hoge verwachtingen in te lossen. De toenemende diversiteit, de grote maatschappelijke druk, de uitrol van het M-decreet … maken van werken in onderwijs geen evidente job. 
Er moet een einde komen aan de ‘alternatieve financieringen’ zoals spaghettidagen, kienavonden en sponsoring, vandaag schering en inslag. Scholen zouden niet steeds weer op zoek moeten gaan naar geld bij ouders of het ruimere publiek.
Leerkrachten geven zelf per schooljaar gemiddeld 261 euro uit aan klasmateriaal. 
Leerkrachten verliezen het vertrouwen. Ze hebben ondersteuning nodig die tot op de klasvloer gevoeld wordt. Meer handen in de klas! Een verhoging van de middelen, meer kinderverzorgers, meer ondersteuning voor de schoolleider, bijscholing, minder administratieve lasten, meer tijd voor kwaliteit: dat is de zuurstof die ons basisonderwijs nodig heeft. De resolutie betekent dan ook een stap vooruit. 
Nog een weg te gaan
We zijn blij met de beslissing om de werkingsmiddelen eindelijk gelijk te schakelen. Het is een belangrijk signaal op het einde van deze legislatuur. Er is consensus onder de politieke partijen over een eerste reeks maatregelen. Toch willen we dat de bijhorende budgetten verduidelijkt worden. De werkelijke waarde van de resolutie zal zich laten voelen in de uitvoering. Het plan basisonderwijs dat we samen met de sociale partners afspraken, blijft onze leidraad. Daarin staat de versterking van de koopkracht, het versterken van de lerarenteams en de vraag naar beleidsomkadering in de scholen. Alleen zo kan het onderwijspersoneel op een kwaliteitsvolle manier werken. We zullen nauwgezet toekijken op de afspraken in het volgende Vlaamse regeerakkoord en de verdere uitwerking ervan.
Marianne Coopman