Personeelsgaranties ondersteuningsmodel

Cover Basis 5
Er komt een overgangsperiode van drie jaar voor de invoering van het nieuw ondersteuningsmodel. Er komt geen verlies van tewerkstelling in het huidige GON-kader. Het mogelijk verlies aan tewerkstelling personeel buitengewoon onderwijs door de verdere daling van het leerlingenaantal wordt maximaal opgevangen. Al wie als ondersteuner aan de slag gaat, krijgt hetzelfde statuut en dezelfde werkvoorwaarden. Opbouw en het behoud van expertise wordt gewaarborgd. Er zijn duidelijke afspraken over de onderhandelingen van een definitief en transparant statuut voor de ondersteuner. Dat is de positieve uitkomst van het sociaal overleg dat we afdwongen voor het personeel buitengewoon onderwijs. 


De mens centraal

Sinds 2 mei 2017 hebben onderwijsvakbonden, overheid en vertegenwoordigers van de schoolbesturen samengezeten om te praten over de realisatie van een ondersteuningsmodel. Het COV trok nadrukkelijk de kaart van het personeel. De alarmkreten uit het buitengewoon onderwijs werden ernstig genomen. Er moest duidelijkheid komen over de situatie van het personeel in de aangekondigde ondersteuningsnetwerken.
We vroegen van de overheid en de onderwijskoepels klaarheid over de organisatie van die ondersteuningsnetwerken en over het effect op de personeelsteams van de scholen voor buitengewoon onderwijs. Met resultaat.

Middelen tot op de klasvloer

Dat er één duidelijk ondersteuningsmodel komt voor leerlingen met uitgebreide zorgnoden of specifieke individuele zorgnoden in het gewoon onderwijs is goed. Een versterkt zorgbeleid maakt het meer mogelijk om minder leerlingen naar het buitengewoon onderwijs door te verwijzen. Het ondersteuningsmodel moet een daadwerkelijke hulp voor leerlingen en leraren zijn. Dat wil zeker ook zeggen dat de middelen die voor het M-decreet voorzien worden en de extra middelen (15,2 miljoen) moeten toekomen waar de leerlingen noden hebben, in de klas dus. 
Een positieve doelstelling maar de regering dacht en sprak alleen in structuren en middelen. Het COV eiste samen met de andere onderwijsvakbonden aandacht voor het personeel. Wie is de ondersteuner, waar zal hij moeten werken en onder welke voorwaarden? Wat gebeurt er met overtollig personeel? Dat dit twee maanden voor het einde van het schooljaar nog steeds niet duidelijk was, zette terecht kwaad bloed bij onze leden in het buitengewoon onderwijs.


Belangrijke resultaten

* Een transparant en eenvorming statuut
 

Personeelsleden die op 1 september 2017 in een ondersteuningsnetwerk aan de slag willen, zullen niet alleen allemaal hetzelfde statuut maar ook dezelfde werkvoorwaarden krijgen. Die eenvormigheid en transparantie zal de werking van de ondersteuningsnetwerken ten goede komen. Versnipperde opdrachten worden vermeden.

* Maximaal behoud van tewerkstelling

Minister Crevits garandeert dat er geen verlies van tewerkstelling komt in het huidige GON-kader. De verschuivingen door een verdere daling van de leerlingenpopulatie in het buitengewoon onderwijs, worden zo maximaal mogelijk opgevangen. Scholen en netten die personeel dreigen te verliezen, zullen daarvoor compensaties ontvangen.

Er blijven zorgen

Deze afspraken en de extra investering van de 15,2 miljoen euro kunnen de stap naar meer ondersteuning van leerlingen met uitgebreide zorgnoden of specifieke individuele zorgnoden in het gewoon basisonderwijs aanvaardbaarder maken. De rust kan enigszins terugkeren. Toch blijven er de komende jaren nog grote zorgen over de concrete gevolgen van de verschuivingen van leerlingen en de verdeling van de financiële middelen. Daarom de afspraak om de impact nauwkeurig te monitoren en daarbij ook de noden voor het personeel en de organisatie op te volgen. Dit moet leiden tot de nodige bijsturingen en een goede start van een definitief ondersteuningsmodel. Ook blijft de terechte vraag van het gewoon basisonderwijs om versterkt te worden. Het water staat aan de lippen. Het COV blijft de ontwikkelingen met argusogen opvolgen.
Marianne Coopman, 
 Algemeen secretaris COV
(hoofdartikel uit Basis-5, 2017)