Personeel buitengewoon onderwijs: recht op duidelijkheid

COV-sociaal-overleg-loont-5
Dinsdag 2 mei zitten de vakbonden, de overheid en de vertegenwoordigers van de schoolbesturen samen om klaarheid te scheppen over de situatie van het personeel in de aangekondigde ondersteuningsnetwerken die in het kader van de uitrol van het M-decreet moeten opgericht worden. We verwachten van de overheid en de onderwijskoepels duidelijkheid over de organisatie van mogelijke ondersteuningsnetwerken en over het effect daarvan op de personeelsteams van de scholen voor buitengewoon onderwijs.
Op 1 september 2017 wil minister Crevits van start gaan met het ondersteuningsmodel dat de uitrol van het M-decreet in het leerplichtonderwijs definitief moet regelen. Twee maanden voor het einde van het schooljaar is het voor de vele personeelsleden in het buitengewoon onderwijs echter nog niet duidelijk waar en hoe ze volgend schooljaar zullen werken. Onze personeelsleden moeten weten waar zij volgend schooljaar aan toe zijn. Hen zo lang in onzekerheid houden getuigt van weinig respect! 


Doelstelling van de Vlaamse  regering

Wat de Vlaamse regering vandaag voorop stelt als doelstellingen is positief: er moet één duidelijk ondersteuningsmodel komen. Gewone scholen moeten versterkt worden zodat minder leerlingen naar het buitengewoon onderwijs doorverwezen worden. Scholen moeten op een haalbare manier samenwerken en expertise delen. Het ondersteuningsmodel moet leerlinggericht zijn. Dat wil onder meer zeggen dat de middelen die voor de uitrol van het M-decreet voorzien worden moeten toekomen waar de leerlingen noden hebben, in de klas dus. 
De regering spreekt hier alleen in structuren. In geen enkele doelstelling wordt duidelijkheid gecreëerd voor de personeelsleden die de uitrol van het M-decreet moeten waar maken. De ondersteuner als cruciale actor in het hele model ontbreekt hier. Wie is hij, waar zal hij moeten werken en onder welke voorwaarden?


Ongerustheid!

Personeelsleden in het buitengewoon onderwijs zijn niet zonder reden ongerust. Ze zien het leerlingenaantal in hun school slinken en vrezen voor hun job. Er is ook geen enkele garantie dat de huidige personeelsleden die werken als gon-begeleider of als waarborgcoach in dienst kunnen blijven, noch dat ze in de school in dienst kunnen blijven waar ze momenteel aangesteld zijn. Dit geldt zeker voor tijdelijke personeelsleden maar ook voor vastbenoemden. Van vrije keuze voor de ‘ondersteuningsfunctie’ is op die manier geen sprake.
Personeelsleden die vandaag goed werk leveren als ondersteuner in de waarborgregeling weten niet of ze dat volgend jaar ook zullen kunnen doen. GON-begeleiders weten evenmin hoe hun toekomst er uit zal zien. Sommige scholen kondigden al een sluiting van één van hun vestigingsplaatsen aan, soms een vestigingsplaats die nog niet volledig werd afbetaald en waar stevig in geïnvesteerd werd. De gevolgen van de hervorming treffen volledige teams. Dit zijn bezorgdheden die we ernstig moeten nemen. Sussende woorden zijn niet genoeg!


Wat nu?

Op de eerste plaats moet de Vlaamse regering beseffen dat de personeelsleden van het buitengewoon onderwijs echt en terecht ongerust zijn. Ze hebben geen duidelijkheid over hun tewerkstelling, geen duidelijkheid over de inhoud van hun job volgend jaar, geen duidelijkheid over de toekomst van hun school.
Dankzij enkele acties van het gemeenschappelijk vakbondsfront Onderwijs en dankzij de ruchtbaarheid die aan een open brief van een van onze vakbondsafgevaardigden werd gegeven, pikte Minister Crevits de voorbije weken de ongerustheid van de personeelsleden op. Op 2 mei komen vakbonden, koepels en overheid opnieuw samen voor sociaal overleg. Het wordt een doorslaggevende dag. Het COV zal de voorstellen die de minister daar op tafel zal leggen, zorgvuldig beluisteren. Het is voor ons van cruciaal belang dat de minister volgende week een duidelijk engagement uitspreekt over de werksituatie van de personeelsleden van het buitengewoon onderwijs. Een voorstel waarin het belang van de structuren primeert en dat de knelpunten van onze mensen niet oplost, kan voor ons niet.
Marianne Coopman
Algemeen secretaris COV