Gelukkige juffen en meesters krijg je zo

170403 Opinie Basis in de lift
Gelukkige juffen en meesters, gelukkige kinderen. Zo eenvoudig is het, blijkt uit een onderzoek van de provincie Antwerpen. In de praktijk zijn veel leraren allesbehalve gelukkig. Marianne Coopman weet wat daaraan te doen valt.
Basisonderwijs wordt beschouwd als het fundament voor de hele verdere schoolloopbaan. Van leerkrachten in het basisonderwijs verwachten we terecht veel, maar vaak staan ze er alleen voor, met te weinig middelen en te weinig ondersteuning. Een mens zou van minder ongelukkig worden.
Het begint al in kleuterklas. Daar moeten zorgen en leren hand in hand gaan. In de praktijk sneeuwt het zorgaspect het leren echter onder – denk alleen maar al aan de vele ‘ongelukjes’ die een leerkracht moet opvangen. Met meer kinderverzorgers kunnen we al veel frustraties van de juffen en meesters vermijden.
Een ander pijnpunt bij de kleuters zijn de werkingsmiddelen. Per kleuter worden er minder werkingsmiddelen voorzien dan per kind in de lagere school. En omdat de overheid ervan uitgaat dat er veel afwezigheden zijn, wordt niet elke kleuter bij de berekening van de werkingsmiddelen als een volwaardige leerling geteld. Die redenering is compleet achterhaald: nog geen vier procent van de driejarige kleuters is onvoldoende aanwezig. Als je de som maakt, wordt op die manier tien procent van de kleuters niet gefinancierd. Hoe gelukkig denkt u dat leerkrachten daarvan worden?

Onder nul

Ook het M-decreet, over inclusief onderwijs, blijft voor veel onrust zorgen. Doordat scholen minder kinderen naar het buitengewoon onderwijs doorverwijzen, zijn de klassen diverser geworden. Maar in veel scholen is er geen extra hulp bijgekomen. Juffen en meesters komen handen te kort om voor alle kinderen de lat hoog te kunnen leggen. Een goede uitvoering van het M-decreet vraagt dus meer investeringen.
Het M-decreet heeft ook een grote impact op het welzijn van de leerkrachten in het buitengewoon onderwijs. Deze leerkrachten leven in onzekerheid: hoe ziet hun job er volgend schooljaar uit, als ze er al een hebben? Vooral tijdelijke leerkrachten verliezen de moed. De sfeer in veel teams in het buitengewoon onderwijs is tot ver onder nul gezakt. Geef deze mensen, die bewust voor het buitengewoon onderwijs hebben gekozen, de zekerheid die ze verdienen en de gemoedsrust om hun job naar behoren te kunnen uitvoeren. Ook leerlingen in het bijzonder onderwijs verdienen immers gelukkige juffen en meesters.
Leerkrachten zijn echte professionals, maar toch behandelen we hen niet altijd zo. Hoewel het niet tot hun takenpakket behoort, zijn ze vaak met dienst om middagtoezicht te houden, op de speelplaats en in de eetzaal. Leerkrachten slaan noodgedwongen toiletbezoek over of hebben niet eens recht op een lunchpauze. Kent u een andere sector waar dit aanvaard wordt?
Levenslang leren is een taak en een recht van elke werknemer. Zeker in het onderwijs is de nood aan vorming hoog. Leerkrachten in Vlaanderen scholen zich gemiddeld 3,4 dagen per schooljaar bij en zijn daarmee de hekkensluiters van Europa. Voor een voltijdse leerkracht voorziet de overheid nog geen 68 euro vormingsbudget. Leraren die zich vaardig weten, zijn gelukkiger. Voorzie dus middelen en tijd voor vorming.

Manusje-van-alles

De juf of meester staat vaak moederziel alleen voor de klas. Samenwerken en samen leren gebeurt wel bij ons, maar veel minder dan in andere landen. Een voltijdse leerkracht in het basisonderwijs geeft 24 uren les. De rest van de tijd gaat op aan het voorbereiden van lessen, het verbeteren van schriften en toetsen, administratieve taken, toezicht, oudercontacten, vergaderingen, noem maar op. Tijd voor structureel overleg is er niet. Voorzie die tijd voor overleg wel en je neemt heel wat frustratie weg.
De burn-outcijfers bij leerkrachten zijn onrustwekkend hoog. Veel beginnende leraren haken binnen de vijf jaar af. Het aantal leraren dat ziek thuis moet blijven, stijgt jaar na jaar, zo blijkt uit het jaarlijks rapport ‘Ziekteverzuim’ van de Vlaamse overheid. Meer nog dan bij leerkrachten stijgt het ziekteverzuim bij de directeurs, vooral door psychosociale aandoeningen. Ook dat is geen nieuws. Als manusjes-van-alles verzuipen directeurs in niet-pedagogische taken. Voor een echt personeelsbeleid of het uitwerken en begeleiden van een langetermijnvisie hebben ze geen tijd. Nochtans heeft elke school recht op een bekwame leider die deskundigheid combineert met motiverend leiderschap. Met een goede omkadering kunnen we dat waarmaken.
Tot slot wordt al sinds 2015 bespaard op de werkingsmiddelen van het basisonderwijs. Dat heeft een grote impact op de dagelijkse werking van de school. Ze moeten steeds vaker hun toevlucht zoeken tot alternatieve financieringen. Leerkrachten die al elke dag in de weer zijn voor hun leerlingen, draaien daarom in het weekend ook nog eens op voor eetfestijnen, kienavonden en quizzen. De juf en meester betalen ook geregeld een deel van hun werkingsmiddelen uit eigen zak – nog iets wat in andere sectoren nooit aanvaard zou worden. Het gaat niet op dat scholen steeds weer op zoek moeten naar geld bij personeel, ouders of het ruimere publiek. Financier de werking van onderwijs met publieke middelen.
Minister van Onderwijs Hilde Crevits belooft een plan basisonderwijs. Wij houden haar en de hele Vlaamse regering aan dat engagement en hopen dat het plan onze leraren eindelijk echt gelukkig maakt. Dat is het minste wat we onze kinderen verschuldigd zijn.
Marianne Coopman
Algemeen secretaris COV, vakbond voor het basisonderwijs