9 redenen om te investeren in basisonderwijs

COV 9 redenen om te investeren in basisonderwijs
Vandaag publiceerde de Vlaamse Onderwijsraad het Advies over het Toekomstplan Basisonderwijs. Het advies kwam er op vraag van minister Crevits die een strategisch plan basisonderwijs wil schrijven. Het COV, de grootste vakbond voor het basisonderwijs, is tevreden over de vraag van de minister én over het advies van de VLOR. Hopelijk is met dit advies een volgende stap gezet, want het basisonderwijs heeft dringend zuurstof nodig. Het COV geeft 9 redenen om te investeren in kleuter- en lager onderwijs.

9 redenen om te investeren in basisonderwijs

Het COV, de grootste vakbond voor het basisonderwijs, vraagt dringend meer investeringen in het basisonderwijs. 
Het Vlaams basisonderwijs is top. En dat willen we zo houden. Want iedereen weet het: de kwaliteit van het basisonderwijs is cruciaal voor de verdere schoolloopbaan en dus voor de toekomst van elk kind. De verwachtingen zijn hooggespannen. De noden zijn bekend. Waar wacht de Vlaamse regering dan nog op?

1. Meer omkadering voor kleuteronderwijs

Juf mijn handen zijn vuil! Juf er is een pot met verf gevallen! Juuuuf ik heb gedaan! Juf, mijn broek is nat… Broekjes verversen tijdens een taaloefening, 25 kleutertjes de verfhanden laten wassen na een muzische activiteit en vervolgens tijdens de speeltijd – hopelijk heb je geen toezicht – de verfwerken uit de weg ruimen zodat de getalbeelden aan bod kunnen komen. Kibbelende 3-jarigen in de poppenhoek kalmeren en er tegelijkertijd voor zorgen dat in de andere  hoeken het spel rustig voortkabbelt. Het leven zoals het is in een Vlaamse kleuterklas.
Praktische beslommeringen staan het echte kleuter-leren vaak in de weg. Kinderverzorgers komen maar een paar uur per week in de klas. Op de andere momenten moeten kleuteronderwijzers met veel gevoel voor “zen” roeien met de riemen die ze hebben. 
Waar blijven de bijkomende uren kinderverzorging?
Een school met 35 kleuters heeft recht op 8 uren kinderverzorging. 
• Vanaf 90 leerlingen komt daar 1 uur bij. Vanaf 145 leerlingen nog een uurtje, enzovoort. 
• Per 55 bijkomende leerlingen mag er dus een bijkomend uur kinderverzorging ingericht worden. 
• Scholen die beschikken over meerdere vestigingsplaatsen met kleuteronderwijs, hebben per bijkomende vestigingsplaats recht op nog 2 uren, ongeacht het aantal kleuters per vestigingsplaats.
• Concreet wil dat zeggen dat een school met 120 kleuters (zes klasjes van 20 bijvoorbeeld) elke week twee voormiddagen met middagpauze beroep kan doen op een kinderverzorger. Een druppel op de hete plaat!

2. Kleuteronderwijs ondergefinancierd

Kleuteronderwijs wordt al jaren ondergefinancierd. Per kleuter worden er minder werkingsmiddelen voorzien dan per lagere schoolkind. En niet voor alle kleuters worden er werkingsmiddelen voorzien.  Een historisch te verklaren achterstand die vandaag niet meer te verdedigen valt.
Kleutertjes die ontzettend veel zorg nodig hebben, die recht hebben op het beste materiaal om hen te begeleiden in hun ontwikkeling, die even goed recht hebben op verwarmde lokalen en die een eigen sanitair en aangepast meubilair nodig hebben, zijn 25% minder waard dan lagere schoolkinderen. 10% van de ingeschreven kleuters wordt niet gefinancierd omdat de overheid er nog altijd van uit gaat dat veel kleuters niet dagelijks op school zijn. Nochtans is 97% van de 3- tot 5-jarigen meer dan voldoende aanwezig.
De maatschappij verwacht veel van het kleuteronderwijs. Het is het fundament van de hele schoolloopbaan van al onze kinderen. Waarom wordt het dan nog altijd stiefmoederlijk behandeld?

3. M-decreet: geMorrel in de Marge?

Twee jaar na de invoering van het M-decreet staat bij veel leerkrachten in het gewoon basisonderwijs het water aan de lippen. Want hun klassamenstelling is wel diverser geworden, maar ondersteuning kwam er veel te weinig. Leerlingen met autismespectrumstoornissen, gedragsstoornissen, motorische beperkingen, … ze zitten bij elkaar en leren van elkaar. Maar de leerkracht komt handen tekort om voor ALLE kinderen de lat hoog te leggen.
Marianne Coopman: “Geen verhoging van middelen, geen bijkomende personeelsomkadering, te weinig bijscholing, geen garanties voor het huidige personeel in het buitengewoon onderwijs, alle veranderingen moeten budgetneutraal gebeuren. Leerkrachten verliezen het vertrouwen. Ze hebben een ondersteuning nodig die tot op de klasvloer gevoeld wordt. Dat is vandaag niet het geval.”
Met het nieuwe ondersteuningsmodel kunnen in totaal 1750 voltijdse personeelsleden ingezet worden waarvan 1600 mensen in de klassen van het secundair én basisonderwijs, dat wil zeggen in 2402 gewone basisscholen en 939 gewone secundaire scholen.

4. Leerkracht toezichthouder?

In een recente bevraging maakte 62% van onze vakbondsafgevaardigden er ons attent op dat in hun school leerkrachten ook tijdens de middag en vóór en na de normale aanwezigheid van de leerlingen bijkomend toezicht houden. In sommige gevallen, maar niet altijd, betalend. Ook al staat in de regelgeving dat ze dergelijke toezichten niet hoeven te doen, toch zijn er veel leerkrachten die deze taak ‘erbij nemen’ en bij gevolg geen menselijke middagpauze hebben.
Voor elk kind het recht op veilige opvang garanderen tijdens de middagpauze en voor en na schooltijd is niet de taak van de school alleen. Ook de minister van Welzijn moet hier zijn verantwoordelijkheid nemen. Marianne Coopman: “De werkingsmiddelen voor een school en de werktijd van de leraar moeten niet besteed worden aan buitenschoolse opvang.”

5. Professionaliseren? Ja graag!

Vlaamse leraren scholen zich gemiddeld minder bij dan hun collega’s elders in Europa. Financiën vormen een belemmering maar evenzeer de organisatie van het werk. Het is niet altijd evident om een vervanger te vinden voor een leerkracht die op individuele bijscholing gaat. De kinderen verdelen onder de collega’s is niet fijn, dus zijn er wel wat juffen en meesters die ervoor kiezen om hun bijscholing te beperken tot de verplichte pedagogische studiedagen.
Kiezen voor kwaliteitsvol basisonderwijs is kiezen voor een goede en continue bijscholing van het onderwijspersoneel!

6. Tijd voor overleg

Een voltijdse leerkracht in het basisonderwijs geeft 24 uren les en besteedt de rest van haar tijd aan het voorbereiden van lessen, het verbeteren van schriften en toetsen, administratieve taken, toezichten, oudercontacten, vergaderingen, noem maar op. Tijd voor structureel overleg is er niet. Al is er natuurlijk wel het multidisciplinair overleg en het informele overleg met collega’s, de zorgcoördinator en eventueel de zorgleerkracht of duo-collega dat ergens tussen de plooien nog zijn plaats moet vinden, voor of na school, tijdens de middagpauze of zelfs op een vrije dag als je deeltijds werkt.
Marianne Coopman: “Het COV vraagt voor het personeel basisonderwijs de evolutie naar een hoofdopdracht van 22 uren lesopdracht en 2 uren kindgerelateerd overleg en professionalisering.”

7. Directeurs bezwijken

In 2015 zien we bij directeurs een opvallende stijging voor langdurige afwezigheden. De helft van de ziektedagen van deze groep is te wijten aan psychosociale aandoeningen!
Een directeur is vandaag manusje van alles. Hij verzuipt in de niet-pedagogische taken. Logistiek, infrastructuurbeheer, financieel beheer, welzijn en preventie, het komt allemaal op zijn bord.  Tijd voor het ontwikkelen én toepassen van een lange termijn visie, tijd voor coaching en een echt personeelbeleid, tijd voor pedagogische bijscholing, … is er veel te weinig.
Marianne Coopman: “Het COV pleit al jaren voor een betere omkadering van de directeur in het basisonderwijs. En alle onderwijspartners geven de vakbond gelijk. Waarom maakt deze Vlaamse regering dan nog altijd geen absolute prioriteit van de versterking van het administratief, beleids- en pedagogisch ondersteunend personeel in de basisscholen?”

8. Educatieve master basisonderwijs

Het COV pleit voor de inrichting van een nieuwe opleiding “educatieve master basisonderwijs” die sterke profielen naar het basisonderwijs kan leiden en de kwaliteit van dat onderwijs positief kan beïnvloeden. Het moet een opleiding zijn die recht doet aan de bezorgdheden over de kwaliteit van ons onderwijs en niets afdoet aan het karakter en de troeven van het Vlaamse basisonderwijs.
De samenwerking tussen bachelor- en masterleraren in de basisschool zal een professionele leercultuur ondersteunen. De kruisbestuiving tussen mensen met verschillende competenties en vaardigheden die eenzelfde gedrevenheid voor het basisonderwijs delen, zal de professionalisering van de leraren in onze kleuter- en lagere scholen een sterke impuls geven en de kennis van alle teamleden verdiepen. 
Marianne Coopman: “Wij vragen aan de minister om zo spoedig mogelijk te voorzien in de inrichting van de educatieve master basisonderwijs.”

9. Gratis basisonderwijs

Er werd bespaard op de werkingsmiddelen met een gevoelige impact op de werking van de scholen tot gevolg. “Alternatieve financieringen” (denk maar aan spaghettidagen, kienavonden en sponsortochten) zijn schering in inslag. Ouders worden te pas en te onpas opgetrommeld om te spenderen op eetavonden en wafelverkoop. Leerkrachten geven per schooljaar gemiddeld 261 euro uit aan klasmateriaal. 
Scholen zouden niet steeds weer op zoek moeten gaan naar geld bij ouders of het ruimere publiek. De werking van onderwijs moet gefinancierd worden met publieke middelen!
Minister Crevits beloofde een plan basisonderwijs. De eerste stappen zijn ondertussen gezet. De Vlaamse Onderwijsraad publiceerde zijn advies. Het COV zal uitdrukkelijk aandacht blijven vragen voor het basisonderwijs. Marianne Coopman: “De noden zijn te groot. We zullen de minister en de hele Vlaamse regering de komende maanden blijven herinneren aan het engagement dat ze aangingen. Dat zijn we verplicht aan alle leerlingen en aan al onze leden in het basisonderwijs.”
Marianne Coopman 
Algemeen secretaris van het Christelijk Onderwijzersverbond