Investeren en waarderen

COV-inspraak
“Goed verlonen van leerkrachten is cruciaal voor de kwaliteit van ons onderwijs.”
Een sterke uitspraak. Het lijken wel onze woorden, maar ze komen van Dirk Van Damme, onderwijsexpert van de OESO (1). Van Damme hamert op het belang van professionalisering en het aantrekken van sterk gemotiveerde en goed opgeleide leraren. Aanleiding voor zijn uitspraken waren de bevindingen in het jaarlijkse onderwijsrapport van de OESO, ‘Education at a glance’. Ook vijftig jaar geleden waren de Internationale Arbeidsorganisatie en de UNESCO het hierover al roerend eens. In hun aanbevelingen over de sociale status en het statuut van de leraren benadrukten ze hoe belangrijk het is om leraren de waardering en het statuut te geven dat nodig is om hun beroep goed te kunnen uitoefenen. Sinds 1994 is 5 oktober, de dag waarop de aanbeveling werd goedgekeurd, Wereldlerarendag (lees meer in Basis-10)

Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden   

De samenleving verwacht topkwaliteit van leerkrachten. Logisch. Leraren zijn broodnodig om samen toekomst te schrijven. Daarom moeten we leraren waarderen. Daarom moeten we zorgen voor aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden die recht doen aan de nodige professionaliteit. De positieve beleving van een beroep is een samenspel van arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. In essentie is de Vlaamse Regering het hiermee eens. In haar goedgekeurde startnota voor het loopbaandebat schrijft ze dat de onderwijsloopbaan een ondeelbaar geheel van ‘billijke arbeidsvoorwaarden’, ‘billijke beloning’  en pensioen is. Terecht. Voor het COV blijft deze logica ook het uitgangspunt voor de verderzetting van het loopbaandebat. Als de federale regering snijdt in de pensioenen zal de Vlaamse regering sterker moeten inzetten op de ‘beloning’ en ‘arbeidsvoorwaarden’ van leraren.

Werkbaar werk 

De omstandigheden blijven moeilijk. Het debat over ‘langer werk in ruil voor werkbaar werk’ blijft aanslepen. Zo duurde het meer dan een jaar om de criteria vast te leggen die een zwaar beroep bepalen (lees meer in Basis-10). De oorzaak is het onderliggend debat over de beschikbare middelen. Alles wijst erop dat niet de nood van de werknemer maar de omvang van de enveloppe centraal staat. Alles wijst erop dat voor de federale regering het onderwijspersoneel de meest geviseerde groep is. Simpelweg omdat de gevolgen van emotionele belasting op de werkvloer niet onmiddellijk meetbaar zijn, maar pas nadien in statistieken zichtbaar. Simpelweg omdat deze groep het omvangrijkste is en daar het meeste geld te halen valt

Bestuurlijk gedram
Samen met het creëren van goede arbeidsomstandigheden zijn goede arbeidsverhoudingen essentieel. De laatste weken ervaart het COV bij de onderwijsverstrekkers een zeer eenzijdige focus. De debatten over bestuurlijke optimalisatie zijn doorspekt met bestuurlijk gedram over centralisatie van omkadering, ontkleuring van middelen en onrealistische dromen over schaalgrootte. De uitspraken over de werkomstandigheden van het personeel zijn vooral gericht op flexibiliteit, inzetbaarheid en de uitbreiding van de opdracht. Goede arbeidsverhoudingen vragen een evenwicht in de beleidsruimte van de werkgever en de zekerheden van de werknemers.

Samen verantwoordelijk
Deze verkrampte houding is een gemiste kans want staat haaks op de oorspronkelijke intentie om via bestuurlijke optimalisatie leraren en scholen zuurstof te geven om zo de kwaliteit van onderwijs te versterken. Een goede arbeidsbeleving is altijd een samenspel van arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. Het is aan de werkgevers, de Vlaamse regering en de federale regering om ook daarin hun verantwoordelijkheid op te nemen. Alleen op die voorwaarde is het COV een constructieve partner aan de onderhandelingstafel.
Marianne Coopman
Algemeen secretaris
(Hoofdartikel uit Basis-10)

(1) OESO, de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling.