Waar blijft de echte investering in het basisonderwijs?

persbericht-waar-blijft-investeringen-basisonderwijs
De Vlaamse regering grijpt de hervorming van het secundair onderwijs aan om ook in het basisonderwijs veranderingen door te voeren. Het COV plaatst kanttekeningen bij leergebiedexperten, taallessen en masters in het basisonderwijs. Het COV, de grootste vakbond voor het basisonderwijs, vraagt zich af of de regering daar ook middelen en omkadering zal tegenover stellen. “Het basisonderwijs moet de laatste jaren steeds meer doen met minder middelen”, zegt Marianne Coopman, algemeen secretaris van het COV. “Bovendien is het correcter om maatregelen voor het basisonderwijs uit te werken vanuit een specifieke visie over wat nodig en noodzakelijk is voor dat basisonderwijs.”

Juffen en meesters als leergebiedexperten

Het COV vindt het een goed idee van minister Crevits om in het basisonderwijs te werken met leergebiedexperten. Het idee vertrekt immers vanuit de juffen en meesters die vandaag al zeer goed werk leveren. Zij volgen bijkomende vorming en delen daarna de expertise in de hele personeelsgroep. Dat verhoogt de samenhang van het team en daardoor ook de kwaliteit van het onderwijs.
Het COV waardeert ook dat de geïntegreerde aanpak van het basisonderwijs in dit voorstel centraal blijft staan en dat er gewerkt wordt met een proefproject.

Toch plaatst het COV ook enkele kanttekeningen. “Leraren moeten tijd krijgen om vorming te volgen. De kinderen in de klas mogen ondertussen niet aan hun lot overgelaten worden. Er moet in een degelijke vervanging voorzien worden.  Tijd is er ook nodig om projecten uit te schrijven en  de opgedane kennis te delen met de collega’s”, zegt Marianne Coopman van het COV, de grootste vakbond van het basisonderwijs.  
Vandaag wordt per voltijdse leraar slechts 70 euro voorzien voor professionalisering. Marianne Coopman: “Je kan onmogelijk verwachten dat ook deze vorming daarvan nog betaald wordt.” 

Taallessen

De minister geeft scholen de mogelijkheid om taallessen (Frans, Engels, Duits) aan te bieden aan leerlingen die voldoende het standaard Nederlands beheersen.
Het COV erkent dat het aanleren van talen best op vroege leeftijd begint. Maar opnieuw is dit een maatregel die toch eerst goed doordacht moet worden, zowel praktisch als inhoudelijk.
De huidige juffen en meesters zijn enkel opgeleid om Frans te geven en nog niet om Engels of Duits te geven. Zal de lerarenopleiding in die zin veranderd worden? Of kiest de overheid ervoor om afzonderlijke taalleraren in te schakelen bovenop het bestaande pakket? Of krijgen we taalleraren die een deel van de lesopdracht overnemen? Hoe raken onze juffen en meesters dan nog aan een volledig uurrooster? Dat wordt organisatorisch een hele klus. Beginnende leraren krijgen het nog moeilijker om een volledig uurrooster bij elkaar te sprokkelen en directeurs krijgen er weer een zorg bij. Voorlopig lezen we ook niets over bijkomende middelen of ondersteuning.

Ook inhoudelijk plaatst het COV enkele vraagtekens. Welke leerstof zal er moeten wijken of aangepast worden? Hoe zal er geëvalueerd worden? En wat met de geïntegreerde aanpak in het basisonderwijs die talloze experts als zeer waardevol en belangrijk beschouwen? Gaan we bovendien geen onderwijs op twee snelheden organiseren waarbij kinderen die van thuis uit een stevige basis standaard Nederlands meekregen, hun voorsprong op hun anderstalige leeftijdsgenootjes nog wat gaan vergroten?


Inzet van masters in de derde graad basisonderwijs

Het voorstel om in de derde graad van het basisonderwijs meer leraren met een masterdiploma in te zetten, komt aan als een kritiek op de kwaliteit van onze huidige juffen en meesters in het vijfde en zesde leerjaar. Nochtans toont onderzoek aan dat de eindtermen in het basisonderwijs gehaald worden.  Het COV wijst erop dat de overheid de kwaliteit van de lerarenopleiding moet bewaken en voldoende professionaliseringskansen moet bieden zodat ook in de toekomst de kwaliteit van het basisonderwijs gewaarborgd blijft. 
Het COV heeft geen probleem met een onderzoek naar de aanstelling van masters in het hele basisonderwijs. Maar dan moeten deze masters al van in de opleiding vertrouwd zijn met de geïntegreerde aanpak van dat basisonderwijs en moeten ze inzetbaar zijn in alle leerlingengroepen en alle leergebieden.

Waar blijft een echte investering in het basisonderwijs?

Mooie plannen dus, maar toch heel wat kanttekeningen. “Het basisonderwijs moet de laatste jaren steeds meer doen met minder middelen. Denk alleen maar aan de uitrol van het M-decreet waarvoor de grote meerderheid van de basisscholen nog steeds geen bijkomende ondersteuning krijgt. Ook de OESO en het Rekenhof wezen er al op dat ons basisonderwijs financieel ondergewaardeerd wordt”, zegt Marianne Coopman van het COV. 
Het basisonderwijs heeft nood aan zuurstof. Daarom vraagt het COV van de Vlaamse regering een degelijk investeringsplan over de legislaturen heen.