Ziekteverlof

COV-ziekte-vrouw-in-ziekenhuis
Als vastbenoemd of tijdelijk personeelslid heb je recht op een aantal betaalde ziektedagen. Het aantal dagen wordt op een verschillende manier berekend.

Als je vastbenoemd bent

Het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof waarop een vastbenoemd personeelslid recht heeft, wordt berekend op basis van de sociale anciënniteit en het al genoten betaald ziekteverlof. Als je vastbenoemd bent, krijg je 30 dagen bezoldigd ziekteverlof per 12 maanden sociale anciënniteit. De sociale anciënniteit wordt altijd berekend op de vooravond van het ziekteverlof of de terbeschikkingstelling wegens ziekte. De sociale anciënniteit is gelijk aan de geldelijke anciënniteit op de vooravond van het ziekteverlof, aangevuld met de diensten gepresteerd voor de minimumleeftijd van de salarisschaal. Periodes van ‘nuttige ervaring’ mogen niet meegeteld worden. Dan wordt het totale aantal dagen reeds genoten ziekte afgetrokken van deze som. 
Voor een administratief medewerker in het basisonderwijs wordt geen rekening gehouden met het aantal betaalde ziektedagen voor 1 september 2003. Ook periodes van verlof voor verminderde prestaties (VVP) wegens ziekte moeten sinds 1 september 2011 aangerekend worden:
  • Bij VVP wegens ziekte met een opdracht kleiner dan 75% wordt per dag ½ dag bezoldigd ziekteverlof aangerekend.
  • Bij VVP wegens ziekte met een opdracht gelijk aan of groter dan 75% wordt per dag ¼ dag bezoldigd ziekteverlof aangerekend.
Tijdens de periode van bezoldigd ziekteverlof ben je in dienstactiviteit.
Na de leeftijd van 60 jaar kan je nog maximaal 365 dagen bezoldigd ziekteverlof genieten. Eens die termijn verstreken is, ben je niet meer subsidieerbaar en moet je, vanaf de eerste dag van de maand daaropvolgend, op pensioen gaan. 
Als je het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof hebt opgebruikt, word je door het schoolbestuur ter beschikking gesteld wegens ziekte. Je ontvangt niet langer een salaris maar wel een wachtgeld. 

Aanrekenen van ziekteverlof

Tijdens het weekend en vakanties
Alleen als je afwezig bent wegens ziekte op de laatste kalenderdag voor een wettelijke feestdag, een weekend, de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie EN ook ziek bent op de kalenderdag erna, dan wordt de tussenliggende periode eveneens aangerekend als ziekteverlof. Behalve als je zelf het initiatief neemt om te bewijzen dat de tweede ziekteperiode geen verband houdt met de eerste ziekteperiode. In dat geval worden de tussenliggende dagen niet aangerekend als ziekteverlof. Je moet het bewijs leveren met een medisch attest dat aan het controleorgaan wordt voorgelegd.

Tijdens de zomervakantie
Als je, als vastbenoemd personeelslid, gedurende minimum 10 kalenderdagen afwezig bent wegens ziekte in een periode van 15 kalenderdagen vóór de zomervakantie EN wanneer je ook ziek bent gedurende minimum 10 kalenderdagen in een periode van 15 kalenderdagen ná dezelfde zomervakantie DAN wordt de zomervakantie volledig aangerekend als afwezigheid wegens ziekte. 
Behalve als je zelf het initiatief neemt en kan bewijzen dat de tweede ziekteperiode geen verband houdt met de eerste ziekteperiode want dan worden de tussenliggende dagen niet aangerekend als ziekteverlof. Je moet het bewijs leveren met een medisch attest dat aan het controleorgaan wordt voorgelegd.

Als tijdelijk personeelslid

Als je als tijdelijk personeelslid ziek bent, heb je recht op een aantal dagen betaald ziekteverlof. Dit geldt enkel voor een afwezigheid wegens ziekte die valt binnen de periode van een tijdelijke aanstelling. Je moet ook effectief je dienst hebben opgenomen vooraleer je aanspraak kan maken op bezoldigd ziekteverlof.
Het aantal betaalde ziektedagen wordt berekend naar rato van één dag per tien gewerkte dagen. Per schooljaar mogen maximaal 300 dagen tewerkstelling aangerekend worden. Dan wordt het totale aantal dagen reeds genoten ziekte afgetrokken van deze som. Ook periodes van verlof voor verminderde prestaties (VVP) wegens ziekte moeten worden aangerekend:
  • Bij VVP wegens ziekte met een opdracht kleiner dan 75% wordt per dag ½ dag bezoldigd ziekteverlof aangerekend
  • Bij VVP wegens ziekte met een opdracht gelijk aan of groter dan 75% wordt per dag ¼ dag bezoldigd ziekteverlof aangerekend
Ben je aangesteld voor een volledig schooljaar dan kan je voor dat jaar gebruik maken van 30 dagen bezoldigd ziekteverlof. Tijdens de periode van bezoldigd ziekteverlof ben je in dienstactiviteit.

Aanrekenen van ziekteverlof

Als je afwezig bent wegens ziekte op de laatste kalenderdag voor een wettelijke feestdag, een weekend, de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie EN ook ziek bent op de kalenderdag erna, dan wordt de tussenliggende periode eveneens aangerekend als ziekteverlof. Behalve als je zelf het initiatief neemt om te bewijzen dat de tweede ziekteperiode geen verband houdt met de eerste ziekteperiode. In dat geval worden de tussenliggende dagen niet aangerekend als ziekteverlof. 
Je moet het bewijs leveren met een medisch attest dat aan het controleorgaan wordt voorgelegd.

Onbezoldigd ziekteverlof

Als je het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof hebt opgebruikt, krijg je niet langer een salaris maar moet je een ziekte-uitkering aanvragen bij je ziekenfonds. Dat doe je via het ‘getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’, ook bekend als het document ‘Vertrouwelijk’. Dit attest, ingevuld door de behandelende arts, stuur je per post naar je ziekenfonds. Doe dit van zodra je vermoedt dat je de betaalde ziektedagen zal overschrijden.
Tijdens de periode van onbezoldigd ziekteverlof ben je niet in dienstactiviteit. Je krijgt immers geen salaris meer, enkel een vervangingsinkomen van je ziekenfonds. Dit betekent dat de onbetaalde periode niet in aanmerking komt voor de opbouw van je anciënniteit. De periode telt ook niet mee voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.

Meer weten?