Bevallingsverlof

Bevallingsverlof COV babyvoetjes bedje

Wat is het?

Het bevallingsverlof wordt toegekend tijdens de zwangerschap en na de bevalling en duurt in normale omstandigheden vijftien weken (of 105 dagen). Wanneer je zwanger bent van een twee-of  meerling geldt een bevallingsverlof van zeventien weken.
Je bent verplicht om een week op te nemen vóór de vermoedelijke bevallingsdatum en negen weken vanaf de dag van de geboorte. De overige vijf weken (of zeven weken bij een twee- of meerling) mogen facultatief vóór of na de bevalling opgenomen worden. De zwangerschapsrust noemen we de prenatale periode en we spreken over een postnatale periode bij de bevallingsrust.
Dagen van arbeidsongeschiktheid, een andere dienstonderbreking of verlofstelsel, tijdens de zes weken (of acht weken bij een twee- of meerling) vóór de bevalling kunnen echter niet worden overgedragen naar de postnatale periode.
Ook wanneer je verwijderd bent wegens bedreiging door beroepsziekte of moederschapsbescherming tijdens de zwangerschap, start je bevallingsverlof verplicht zes weken (of acht weken bij een twee-of meerling) vóór de bevalling.

Zwangerschapsonderzoeken

Als je zwanger bent, heb je het recht afwezig te zijn voor zwangerschapsonderzoeken, voor de tijd die daarvoor nodig is. Je brengt je werkgever, die een geneeskundig attest kan vragen, op voorhand op de hoogte. Deze periode wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit, waarvoor je dus salaris ontvangt.

Miskraam

Wanneer je een miskraam hebt na de 180ste dag van de zwangerschap, dan heb je eveneens recht op vijftien (maximaal negentien) weken bevallingsverlof.

Arbeidsongeschiktheid

De perioden van arbeidsongeschiktheid worden als bevallingsverlof aangerekend. Enkel wanneer je het werk hervat binnen de zes (acht) weken vóór de bevalling wordt je ziekteverlof niet omgezet in bevallingsverlof. Toch zijn deze dagen niet overdraagbaar naar de postnatale periode.
Als je gedurende het volledige zwangerschapsverlof arbeidsongeschikt bent wegens ziekte of ongeval, dan kan je, op eigen verzoek, je bevallingsrust laten verlengen met één week.

Verlengingen

In volgende gevallen kan je bevallingsverlof verlengd worden:
  • Als de zes (acht bij een twee- of meerling) weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum worden overschreden bij een laattijdige bevalling, wordt het prenataal verlof verlengd tot je werkelijke bevallingsdatum.
  • Heb je gewerkt op de dag van de bevalling, dan start de postnatale periode op de dag na de bevalling.
  • Beval je van een twee- of meerling, dan kan je de bevallingsrust nogmaals met maximaal twee weken verlengen, op eigen verzoek.
  • Als je gedurende het volledige zwangerschapsverlof arbeidsongeschikt bent wegens ziekte of ongeval, dan kan je, op eigen verzoek, je bevallingsrust laten verlengen met één week.
  • Moet je kindje na de eerste zeven dagen vanaf de geboorte in het ziekenhuis blijven, dan kan je de bevallingsrust laten verlengen met de duur van het ziekenhuisverblijf na de zevende levensdag. Deze verlenging kan voor maximaal vierentwintig weken. Hiervoor heb je een getuigschrift van het ziekenhuis nodig.

Spreiding

Op verzoek kan je twee weken van de prenatale periode van het bevallingsverlof, die werden overgedragen naar de postnatale periode, in twee periodes van telkens zeven aaneensluitende dagen op een later tijdstip opnemen. Deze verlofweken van postnatale rust moeten worden opgenomen binnen de acht weken die volgen op de ononderbroken periode van postnatale rust.

Betaling

Vastbenoemde personeelsleden krijgen tijdens de volledige periode van het bevallingsverlof hun salaris van het Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Ben je tijdelijk personeelslid, dan vraag je de moederschapsuitkering aan bij je ziekenfonds. De periode van je bevallingsverlof wordt wel in aanmerking genomen voor de berekening van je uitgestelde bezoldiging tijdens de zomervakantie, op voorwaarde dat je een aanstelling had.

Enkel voor leden: Berekening van de moederschapsuitkering

Formaliteiten

Bij het begin van je zwangerschap meld je de zwangerschap schriftelijk aan de schooldirecteur. 
Tijdelijke personeelsleden dienen uiterlijk negen weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum de aanvraag tot moederschapsbescherming in bij hun ziekenfonds.
Ongeveer acht weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum bezorg je een medisch attest met die vermoedelijke bevallingsdatum aan de directeur.
Bij de start van het bevallingsverlof moet je de exacte ingangsdatum van het bevallingsverlof melden door een afwezigheidsattest te bezorgen aan de directeur en een medisch attest aan het controleorgaan Certimed (het vroegere Mensura Absenteïsme).

Enkel voor leden: Afwezigheidsattest en medisch attest

Enkel voor militanten: Werkschema en omzendbrieven