Het overlevingspensioen

Overlevingspensioen reddingsboei
Een overlevingspensioen kan worden uitbetaald aan de langstlevende echtgenoot, een uit de echt gescheiden echtgenoot en de wezen. Het federaal regeerakkoord voorzag in de afschaffing van het overlevingspensioen. Gelukkig is het niet zover gekomen. 
De wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen zorgt voor wijzigingen aan het systeem van het overlevingspensioen.
Uitgangspunt voor de omvorming is de stelling dat het overlevingspensioen te veel een inactiviteitsval vormt voor vrouwen op arbeidsactieve leeftijd. Vaak moet de langstlevende kiezen tussen het overlevingspensioen en een volwaardige job omdat de combinatie niet mogelijk is. Afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende echtgenoot op datum van het overlijden, wordt ofwel een overlevingspensioen toegekend ofwel een overgangsuitkering.
Op 10 augustus 2015 krijgen we opnieuw een aanpassing van de wetgeving op de overlevingspensioenen met de wet tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpension en tot wijziging van de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen.
De leeftijd van de langstlevende op datum van het overlijden van de partner
De weduwe/weduwnaar krijgt afhankelijk van haar/zijn leeftijd op datum van het overlijden van de partner een overgangsuitkering of een overlevingspensioen toegekend.
De overgangsuitkering wordt op de zelfde manier berekend als het overlevingspensioen. De uitbetaling van deze uitkering is echter beperkt in de tijd. Samen met het volledig beroepsinkomen, sociale uitkering of rustpensioen wegens medische redenen wordt de overgangsuitkering twaalf maanden uitbetaald. Als er kinderen ten laste zijn, wordt de uitbetaling uitgebreid tot vierentwintig maanden. 
Voor overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 januari 2015 is de leeftijdsgrens 45 jaar. Deze wordt stelselmatig opgetrokken naar 50 jaar, à rato van 6 maanden per jaar. Zo zal iemand die in 2025 jonger is dan 50 jaar een overgangsuitkering krijgen.
De leeftijdsgrens van de langstlevende op datum van het overlijden van de partner wordt vanaf het kalenderjaar 2026 opgetrokken à rato van 12 maanden per kalenderjaar.
Zo zal iemand die in 2029 jonger is dan 55 jaar een overgangsuitkering krijgen in plaats van het overlevingspensioen.
Overlijdens vanaf 01-01-2015 Overgangsuitkering    Overlevingspensioen
Leeftijd langstlevende echtgenoot op datum van overlijden zónder kinderen ten laste:  45 jaar (*) Nee Ja
Leeftijd langstlevende echtgenoot op datum van overlijden mét kinderen ten laste:  45 jaar (*) Nee Ja
Leeftijd langstlevende echtgenoot op datum van overlijden zónder kinderen ten laste:  < 45 jaar (*) 12 maanden Vanaf (vervroegd) pensioen
Leeftijd langstlevende echtgenoot op datum van overlijden mét kinderen ten laste: < 45 jaar (*) Maximum 24 maanden Vanaf (vervroegd) pensioen

(*) Deze leeftijd wordt à rato van 6 maanden per kalenderjaar opgetrokken naar 50 jaar in 2025. 
(*)Deze leeftijd wordt vanaf 2026 à rato van 12 maanden per kalenderjaar opgetrokken naar 55 jaar in 2029.